Tussen de regels door aangenaam leven
Iedereen kent de gevleugelde uitspraak uit de jaren ‘70: "In geouwehoer kun je niet wonen." Je hoort hem nu weer regelmatig. Een uitspraak die stond voor aanpakken, bouwen en de menselijke maat boven de vergadertafel plaatsen. In mijn jaren als zorgondernemer en bestuurder heb ik die wijsheid altijd meegenomen. Want hoewel we in de zorg overspoeld worden door de 'papieren werkelijkheid', is ons doel altijd hetzelfde gebleven: een echt thuis bieden.
Een thuis is een plek waar de geur van verse koffie de boventoon voert, niet de geur van vers geprint papier met afvinklijstjes. Natuurlijk, we hebben wetten nodig. Maar de echte kunst van goede zorg is ervoor zorgen dat die wetten de 'leefwereld' van onze bewoners niet overnemen.
De vrijheid van een voordeur
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) deed het afgelopen jaar een steekproef onder een groot aantal zorginstellingen. Veel deuren zijn nog altijd dicht. Instellingen zijn volgens de IGJ bang dat bewoners in gevaarlijke situaties terechtkomen of niet meer terugkeren. Dit zal vast zo zijn maar mijn ervaring is anders. Bewoners, ook zij met dementie, wandelen gewoon in en uit terwijl wij een oogje in het zeil houden. In steden als Parijs maar ook steeds vaker in Nederland is een pincode op een toegangsdeur van appartementengebouwen de standaard voor veiligheid en geborgenheid. Maar de Wet zorg en dwang (Wzd) ziet zo’n pincode juist als een “vrijheidsbeperkende maatregel”. Evengoed kun je een beveiligde toegangsdeur dus zien als de basis voor een rustig en veilig huis. We doorlopen de verplichte stappenplannen en overleggen met de Wzd-functionaris, maar altijd met dat ene doel voor ogen: de bewoner de vrijheid geven om zichzelf te zijn.
Vakmanschap in de bestekla
Soms lijkt de systeemwereld elk detail te willen vangen. De veiligheidsregio kijkt naar “gebruiksfuncties” en brandrisico’s, een andere instantie controleert de temperatuur van de huzarensalade, en de RI&E-deskundige ziet in de citruspers of de bestekla een potentieel gevaar.
werken professionals die met hart en ziel zorgen. Zij weten dat een mes in de bestekla geen “arsenaal” is, maar een instrument voor een gezamenlijke maaltijd. Het is ons vakmanschap om die risico's professioneel te managen, zodat de bewoner gewoon mens kan blijven in plaats van een “risicoprofiel”.

De geborgenheid van kleinschaligheid
Onze bewoners en hun naasten kiezen heel bewust voor de geborgenheid van een kleinschalige setting. Een bewoner ziet zichzelf niet als een cliënt die herinnerd moet worden aan hun recht om te klagen via glimmende folders op de salontafel. De kinderen van de bewoner zien hun vader of moeder die in alle rust wil genieten. De cliëntenvertrouwenspersoon is een waardevol anker op de achtergrond, maar in de dagelijkse praktijk creëren wij de sfeer waarin een goed gesprek aan de keukentafel de meeste problemen al oplost.
Bouwen voor mensen
In de loop der jaren is de regeldruk toegenomen tot een onontwarbare vermicellisoep. Maar de soep wordt gelukkig zelden zo heet gegeten als zij wordt opgediend. Door te handelen "in de geest van de wet", beschermen we de menselijkheid in de ouderenzorg.
Jan Schaefer wist het al: je moet bouwen voor mensen, niet voor dossiers. Gebruik de regels als fundament, maar laat het het uitzicht niet ontnemen. Voor mij was dat de belangrijkste belofte aan elke bewoner: dat je bij ons, juist tussen de regels door, gewoon aangenaam kunt blijven leven.
Regelmatig schrijf ik op Zorgvastgoed.nl columns over de spanning tussen zorg, vastgoed en de menselijke maat. Want de stenen staan er wel, maar de visie kan nog wel wat specie gebruiken.