De “praat-industrie”: Bouwen we stenen of stapelen we woorden?
De uitnodigingen voor congressen, symposia en expertmeetings zijn talrijk. Het thema is steevast een variatie op de drie-eenheid vastgoed, wonen en zorgen voor de kwetsbare doelgroep. Of het nu gaat om de vergrijzing, de huisvesting van mensen met een beperking of de duurzaamheidsopgave; ergens in het land is er op dit moment wel een zaal gevuld met professionals die over exact hetzelfde praten als vorige week.
Één daarvan is de Provada, het jaarlijkse pretpark van de nationale vastgoedsector. Deze driedaagse start op 9 juni en er is ruimschoots aandacht voor wonen, zorg en duurzaamheid.
Een verbluffende agenda
Ik heb de proef op de som genomen. Op het gebied van ouderenhuisvesting & langer thuis wonen, zorgvastgoed (waardering, beleggingen & recht), duurzaamheid, energiebesparing & CO2-reductie en maatschappelijke Opvang, gehandicaptenzorg & GGZ, tellen we in Nederland dit jaar minstens 35 grotere congressen en landelijke bijeenkomsten. Tel daar de regionale overleggen, webinars, expert-tafels en thema-lunches bij op, en de teller schiet boven de honderd momenten per jaar. Dat betekent dat er twee keer per week wel ergens een podium wordt beklommen om de “opgave” te duiden.
De vraag die mij steeds vaker bekruipt, is waar deze behoefte naar dit handjesschudden vandaan komt. Terwijl de zorgvraag groeit en de bouwstagnatie voortduurt, lijkt de “praat-industrie” op volle toeren te draaien. Er gaapt een gat tussen de gepolijste plaatjes in de congreshal en de weerbarstige realiteit op de bouwplaats.
De reflex van de complexiteit
Misschien is de overvolle congresagenda wel een symptoom van onze eigen onmacht. Omdat de puzzel van zorg, stenen en geld zo complex is (gemaakt), zoeken we elkaars nabijheid op om de onzekerheid te bezweren. Het congres fungeert dan als een collectief medicijn: zolang we erover praten, hebben we het gevoel dat we er grip op hebben.
Maar in die zoektocht naar het nieuwe ei van Columbus — die ene magische innovatie of financieringsvorm die de boel vlot trekt — herhalen we vaak wat we al weten. We presenteren prachtige succesverhalen die op een podium glimmen, maar die in de dagelijkse praktijk van bureaucratie en stijgende bouwkosten vaak direct vastlopen. Zijn we nog wel bezig met de oplossing, of is de bijeenkomst inmiddels zelf het doel geworden?
Van praatstoel naar bouwplaats
Stel je voor dat we minstens de helft van al deze congressen en bijeenkomsten uit de agenda's schrappen. Dat we de tijd die we daarmee besparen – tienduizenden arbeidsuren van de slimste koppen, meest ervaren bestuurders, wetenschappers en creatiefste ondernemers uit de sector – zouden concentreren op één nationale “Bouwdag voor de zorg”.
Geen nieuwe visiedocumenten, geen handjesschud-uurtjes en geen gepolijste plaatjes. In plaats daarvan een dag waarop we enkel samenkomen om daadwerkelijk vergunningen te tekenen, knopen door te hakken en financieringen definitief rond te maken.
Zouden we dan over een paar jaar meer zorgwoningen hebben voor de mensen die ze zo hard nodig hebben, of zouden we alleen maar minder hebben om over te praten tijdens de volgende borrel of grachtencruise op het eerstvolgende congres? De sector snakt naar daadkracht, niet naar nog meer woorden.
Regelmatig schrijf ik op Zorgvastgoed.nl columns over de spanning tussen zorg, vastgoed en de menselijke maat. Want de stenen staan er wel, maar de visie kan nog wel wat specie gebruiken.