Nederland, een grote blue zone?
Nederland, een grote blue zone?
Het was 26 november 2015. Kees Trimp en ik stonden aan de wieg van onze eerste bijeenkomst van Zorgvastgoed.nl. Het onderwerp? Blue Zones. Marc Vieten, lid van onze raad van advies, nam ons mee naar de uithoeken van de wereld: van de zonovergoten heuvels van Sardinië tot de serene tuinen van Okinawa. Gebieden waar mensen niet alleen de honderd aantikken, maar dat ook nog eens doen met een vitaliteit waar de gemiddelde Nederlandse polderbewoner jaloers op is.
Nederland lijkt bevangen door Blue Zones. Daar waar wonen, zorg en welzijn elkaar ontmoeten, wordt veelvuldig geflirt met het gedachtegoed van Blue Zones. Men wil het niet alleen bestuderen. Men wil het ook creëren.
Van mediterrane eilanden naar Nederlandse wijken
Kijk om je heen en je ziet de ambities opspatten. In het Noorden droomt men van een “Man Made Blue Zone” over drie provincies heen. In Utrecht verrijst een stedelijke variant van dertien hectare, en in het Limburgse Zuyderland is de gezonde leefstijl inmiddels het kompas voor de regio.
Waarom flirten we in Nederland zo graag met dit concept? Misschien omdat de Blue Zones de ultieme belofte inhouden: dat we ouderdom kunnen temmen door simpelweg anders te gaan wonen en leven. Het biedt een tastbaar frame voor complexe vraagstukken in de zorg en woningbouw. En dat het niet bij flirten blijft, zien we op tal van plekken in het land.
De vraag rijst: moeten we niet gewoon heel Nederland 'bombarderen' tot Blue Zone? Of, en dat vind ik een prikkelende gedachte, zijn we dat stiekem niet al een beetje?
Als je naar de data kijkt, doen we het in de Lage Landen zo slecht nog niet. Onze infrastructuur nodigt uit tot bewegen (hallo, fietscultuur!), onze gezondheidszorg is top en we hebben een ongekende traditie in verenigingsleven en gemeenschapszin. In feite bezitten we veel ingrediënten van de originele Blue Zones, alleen vergeten we ze soms te waarderen omdat ze zo gewoon lijken.
Blijft het alleen bij flirten?
Het gevaar van het flirten met Blue Zones is dat het een marketingterm is voor gebiedsontwikkelaars. We moeten waken voor de “decoratie-zorg”. Een vitale wijk is geen optelsom van gadgets (snoezellruimtes/ jeu de boelbanen) en groen (belevingstuinen/ sedumdaken), maar een plek waar de omgeving je uitdaagt om mens te zijn onder de mensen. De spiegel die de Blue Zones ons voorhouden, laat zien dat we niet meer 'beleving' moeten toevoegen, maar meer 'leven'. Blue Zone-marketing wordt steeds vaker ingezet bij vastgoedprojecten en wooninitiatieven die zich richten op de rijkere of meer vermogende ouderen. Blue zones zijn van origine juist plekken van eenvoud, gemeenschap en een sobere levensstijl. De kracht van Sardinië of Ikaria zit juist in de intergenerationele mix en de lage drempels. Een echte Blue Zone in Nederland zou juist moeten ontstaan in wijken met een lage sociaaleconomische status, waar de gezondheidswinst het grootst is.
De boodschap van onze eerste themabijeenkomst in 2015, was dieper: het gaat om een ecosysteem. Het gaat om zingeving, natuurlijke beweging en een omgeving die de gezonde keuze de makkelijkste keuze maakt. Laten we de term 'Blue Zone' niet zien als een eindbestemming die we moeten bereiken, maar als een spiegel. Het herinnert ons eraan dat het ook bij vastgoed in de zorg niet over stenen gaat, maar over het faciliteren van leven. Een Blue Zone begint pas na de oplevering. Zonder een lange-termijn visie op gemeenschapsvorming — wie organiseert de maaltijden? wie kijkt er naar de eenzame buurman om? — blijft het bij “flirten” met een label zonder de diepgang van de belofte. Zijn we bereid om de marketing los te laten en echt te investeren in de sociale infrastructuur die generaties overstijgt?
Regelmatig schrijf ik op Zorgvastgoed.nl columns over de spanning tussen zorg, vastgoed en de menselijke maat. Want de stenen staan er wel, maar de visie kan nog wel wat specie gebruiken.