Kleinschalige woonzorgaanbieders zijn groot geworden
De groei van kleinschalige woonzorgaanbieders voor ouderen neemt na jaren van forse uitbreiding nu af. Dit gebeurt ondanks een verwachte stijging van de vraag naar deze woonzorgvorm van bijna 60 procent in de komende jaren, zoals ABN AMRO aangeeft in een recent rapport.
Het rapport, getiteld “Kleinschalige woonzorgaanbieders zijn groot geworden”, beschrijft hoe deze sector flink is gegroeid. In vijftien jaar tijd is het aantal locaties verdrievoudigd tot 716, wat neerkomt op meer dan 16.000 appartementen. Vooral Gelderland, Limburg, Noord-Brabant, Utrecht, Noord- en Zuid-Holland huisvesten veel kleinschalige woonzorglocaties, evenals het hoogste aantal 80-plussers.
Stijgende vraag
Volgens het rapport zal de behoefte aan deze locaties de komende jaren fors toenemen. Tot 2040 groeit het aantal ouderen met een passende zorgindicatie voor kleinschalige woonzorg naar 270.000 – bijna 60 procent meer. Deze zorg is bedoeld voor mensen die niet volledig zelfstandig kunnen wonen, maar met hulp van zorgverleners wel deels zelfredzaam zijn. Clusters van twintig tot dertig appartementen met huishoudelijke ondersteuning en sociale activiteiten sluiten goed aan op deze behoefte. Kleinschalige woonzorg vervult daarmee een belangrijke functie tussen thuis wonen en het verpleeghuis.
Stagnerende groei
Ondanks de toenemende vraag is het aantal locaties nu al twee jaar niet meer toegenomen, stelt ABN AMRO vast. Dit komt door het tekort aan geschikte locaties, onzekerheid over toekomstige zorgbekostiging en terughoudendheid bij zorgkantoren om contracten af te sluiten. Ook is er leegstand in verpleeghuizen, waardoor zorgkantoren voorzichtig zijn. Hierdoor dreigt een grotere groep ouderen te maken te krijgen met eenzaamheid, overbelaste mantelzorgers en veiligheidsrisico's. De stagnerende groei botst met het beleid van de overheid, die juist lang zelfstandig wonen wil stimuleren en verpleeghuiszorg wil beperken tot de zwaarste gevallen.
Onzekerheid remt investeringen
De overheid draagt bij aan schaarste door onduidelijkheid over het persoonsgebonden budget. De nieuwe leveringsvorm uit het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg zorgt ervoor dat investeren voor aanbieders minder aantrekkelijk wordt. De beleidsmakers werken nog aan deze vorm, die vanaf 2028 van kracht wordt. Naar verwachting lijkt deze meer op het huidige modulair pakket thuis, wat financieel minder gunstig is dan het volledig pakket thuis. De onzekerheid hierover leidt tot terughoudendheid onder aanbieders.
Regionale samenwerking
Ook de vastgoedmarkt kent problemen zoals gebrek aan bouwgrond, netcongestie en personeelstekorten, wat verdere groei belemmert. ABN AMRO adviseert investeerders en projectontwikkelaars om grondig regionaal marktonderzoek te doen en vroegtijdig overleg te voeren met zorgkantoren, huisartsen en gemeenten.
Rol van zorgkantoren
Zorgkantoren regelen het zorgaanbod in regio’s en zijn verantwoordelijk voor contracten met zorgaanbieders. Sommige kantoren zijn terughoudend met het contracteren van kleinschalige woonzorglocaties door leegstand in verpleeghuizen, terwijl anderen juist het aanbod hiervan willen vergroten. Leegstand wordt veroorzaakt door oversterfte, oud vastgoed, personeelstekorten en beleid dat ouderen stimuleert langer thuis te wonen. VGZ Zorgkantoor ziet verpleeghuiszorg en geclusterde woonzorg als gekoppeld; bij overcapaciteit verwachten ze geen groei van kleinschalige locaties. Het Zilveren Kruis verwacht dat de vraag naar verpleeghuiscapaciteit afneemt en zet daarom meer in op extramurale zorg, gemeenschappen en geclusterde woonzorg voor kwetsbare ouderen.
Bronvermelding: ABN AMRO, 8 april 2026