Waarom de duurste ouderenzorg ter wereld ons niet het oudst maakt

Waarom de duurste ouderenzorg ter wereld ons niet het oudst maakt

Met mijn Nederlands-Belgische nationaliteit werkte ik jarenlang samen met een Vlaamse zorgorganisatie. Aan weerszijden van de grens spreken we dezelfde taal, maar als het over ouderenzorg gaat, leven we in verschillende werelden. Waar Nederland kiest voor een verzorgingsstaat die alles dicht geregeld heeft, werp ik in deze column een relativerende blik op het buitenland. Terwijl Zuid- en Noord-Europese landen sneller stijgen, is onze levensverwachting afgevlakt. Het resultaat is dat we met onze kostbare ouderenzorg niet eens meer verder komen dan de Europese suptop.
Deze realiteit vormt de ideale voedingsbodem voor de plannen van het kabinet: de beweging van zorg naar gezondheid daadwerkelijk in de praktijk brengen en bouwen aan de gezondste generatie ooit.

De Nederlandse geldverslinder

Rijd je naar het zuiden, dan geldt al meteen in Vlaanderen een heel andere logica. De Vlaamse overheid vergoedt de medische zorg, maar de oudere betaalt de ‘rest’ in het Woonzorgcentrum met een vast tarief per dag uit eigen zak. In Engeland is de vermogenstoets zo dat wie meer dan enkele tienduizenden euro's bezit, zijn eigen verpleeghuis rekening zelf betaalt. Duitsland stimuleert mantelzorg juist met een directe cash-uitkering (‘Pflegegeld’), terwijl in Italië en Spanje de zorg primair op de schouders van de familie rust.

Nederland spant op alle manieren de kroon. Met budgetten die oplopen tot  € 100.000 per verpleeghuisplek per jaar staan we eenzaam aan de Europese top. Alles is tot in de puntjes geregeld. Verpleging, behandeling én verblijf worden vergoed vanuit een goed gevulde staatskas. De mantelzorger wordt ontzien en de professionele zorg heeft de regie.

Dat we in vergelijking met andere Europese landen meer geld uitgeven aan ouderenzorg wil nog niet zeggen dat we een hogere levensverwachting hebben. Bijvoorbeeld Spanje en Italië geven per inwoner een fractie uit van wat Nederland investeert in langdurige zorg. Publieke verpleeghuizen zijn er schaars en de wachtlijsten lang. En toch worden Spanjaarden en Italianen gemiddeld bijna 84 jaar oud. Zij hebben daarmee de hoogste levensverwachting van Europa. Nederlanders worden gemiddeld 'slechts' 82,2 jaar. Het mediterrane dieet, het klimaat en de hechte familie filosofie vangen schijnbaar heel wat op waar wij een batterij aan zorgprofessionals en regelgeving voor invliegen.

Tijd voor culturele keuzes

Volgens de troonrede moeten we de focus verschuiven naar preventie en gezondheid. Om de zorg toegankelijk en kwalitatief te houden, zet het kabinet in op betaalbaarheid en de aanpak van zorgfraude. Mantelzorgers worden daarbij geprezen als een onmisbaar symbool van gemeenschapszin die de samenleving versterkt. Verder spreekt de troonrede over het versneld bouwen voor jong en oud, met voldoende ondersteuning voor iedereen die hulp nodig heeft om zelfstandig te blijven wonen. Kortom, weinig nieuws onder zon. Het idee dat thuiszorg pakketten zoals het volledig pakket thuis en het modulair pakket thuis het verpleeghuis kunnen vervangen, blijft in de praktijk steken in technocratisch geschraap met subsidies. Deze administratieve instrumenten schuiven weliswaar met budgetten en uren, maar bieden geen antwoord op de veranderende zorgvraag  en de krapte op de woning- en arbeidsmarkt. Tegelijkertijd worden (nieuwe) woonzorginitiatieven die efficiënt inspelen op de  veranderende vraag door zorgkantoren geconfronteerd met kortingen tot wel 10% of krijgen überhaupt geen contract vanwege vermeend overaanbod. Zorg blijft politiek een gevoelig onderwerp, maar de aanhoudende ophef over zorgfraude is mede het gevolg van een zelfgecreëerde verdeeldheid. Doordat uitvoering, beleid en deskundigheid versnipperd zijn, schiet effectieve controle tekort. Zelfs een waardevol instrument als persoonsgebonden financiering, hét middel om informele zorg te versterken, raakt zo continu in opspraak door versnipperde subsidies en instanties. Het gezond verstand verliest het van het sentiment, terwijl de oplossing bij de overheid zelf ligt. Prinsjesdag 2026 vormde traditioneel het startschot voor de begrotingsonderhandelingen in het parlement. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen en de nabeschouwingen ging het ook over de ouderenzorg. Ook dit jaar vervielen bepaalde politieke partijen al snel in zorgpopulisme: de leus ‘meer zorg’ scandeert nu eenmaal makkelijker dan een boodschap over eigen verantwoordelijkheid en marktwerking.

Het kabinet kiest voor de langdurige zorg voor helderheid en houvast over de financiën in de komende jaren. Het is een geruststellende belofte dat de ouderenzorg, met alle beschikbare middelen, de komende jaren financieel verantwoord kan doorgroeien. We mogen best trots zijn op wat we tot nu toe hebben bereikt. Zo kennen de Nederlanders, ondanks dat ze in de middenmoot staan qua gemiddelde levensverwachting, het hoogste aantal gezonde levensjaren vanaf hun 65ste. Andere Europese landen bewijzen dat zorgbeleid geen kwestie is van 'de beste formule', maar van culturele keuzes. De werkelijke vraag is niet óf we verantwoord financieel doorgroeien en hoeveel miljarden we er dit keer weer bij plussen, maar wanneer we het aandurven de gevestigde belangen te doorbreken.

Regelmatig schrijf ik op Zorgvastgoed.nl columns over de spanning tussen zorg, vastgoed en de menselijke maat. Want de stenen staan er wel, maar de visie kan nog wel wat specie gebruiken.


Gerard Thaens
20-09-2026