Blogs

  • Tussen thuis en ziekenhuis

    ProfielfotoEric Annaert 23-09-2020 48 keer bekeken 0 reacties

    Tussen thuis en ziekenhuis hoort meer dan een verzorgingshuis

    Het tekort aan handen aan het bed speelt niet alleen in verzorgingshuizen, maar ook in ziekenhuizen en thuis. Onze ouderen leven steeds langer en hebben behoefte aan passende zorg. Een ongeluk zit in een klein hoekje en daardoor belanden ze soms in het ziekenhuis. Ze zijn helaas niet altijd in staat om (snel) terug te keren naar huis, terwijl de ziekenhuizen hun capaciteit moeten inzetten voor acute zorg. De coronacrisis maakt de druk op bedden nog groter. Een oplossing is het beter faciliteren van de zorg tussen thuis en ziekenhuis. Herstel- of respijtzorg. Een markt die nog klein is maar zal groeien.

    Zo lang mogelijk thuis

    De overheid voert al jaren het beleid om de ouder wordende mens zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Dat is in 2012 in gang gezet met het Scheiden Wonen en Zorg. Daarna werd de drempel voor een indicatie langdurige zorg verhoogd, waardoor toewijzing van een plaats in een verzorgingshuis moeilijker werd. Er wordt ook steeds meer een beroep gedaan op mantelzorg. Maar wat nu als een mantelzorger ontbreekt of te ver weg woont? Thuis is er vaak een tekort aan helpende handen.

    Nieuw fenomeen

    We worden ouder, maar leven langer met lichamelijke en geestelijke beperkingen. Daardoor ontstaat een nieuw fenomeen: mensen die te goed zijn voor het ziekenhuis, maar te slecht om terug te keren naar hun woning. Er groeit een woonbehoefte gericht op herstelzorg met het idee ‘nog even niet naar huis’ te gaan. Dat is beter voor het welzijn en herstel van de bewoner dan een ziekenhuisbed. Die woonbehoefte wordt ingevuld door een herstelzorglocatie. Ze bestaan wel, maar nog te weinig.

    Vergelijkbare behoefte

    De kosten van één dag in het ziekenhuis zijn flink hoger dan een verblijf in een herstelzorglocatie. Het is ook efficiënter doordat de zorg zich daar volledig kan richten op patiënten met een vergelijkbare behoefte. Het is naar mijn stellige overtuiging een groeimarkt die een antwoord heeft op de langdurige zorgvraag die nu deels geforceerd wordt geboden in een ziekenhuis of thuis, met alle beperkingen van dien.

    Gespecialiseerde zorglocaties

    Zorgbehoevenden zijn er in alle soorten, van ouderen tot mensen met een beperking of een tijdelijke hulpvraag. In de maatschappelijke discussie gaat het vooral over de oudere met lichamelijke aandoeningen of dementie. Toch is de uitdaging in de gehandicaptenzorg en de geestelijke gezondheidszorg niet minder groot. De diffuse vraag naar goede huisvesting is daarom niet eenvoudig te beantwoorden. Er is een groot palet aan zorgverleners, -vragen en -typen. En de oplossing zit in een breed spectrum van gespecialiseerde zorglocaties.

    Financiële belangen

    Hoewel geld in deze discussie niet de boventoon mag voeren, geldt wel dat de zorgvastgoedmarkt in een rap tempo volwassen wordt, sterke spelers kent en rendementen laat zien die inmiddels kunnen concurreren met andere markten. Toch staan financiële belangen de realisatie van nieuwe zorglocaties vaak in de weg. Zorgvastgoed vraagt, zeker als dat voor een brede doelgroep beschikbaar moet zijn, om een maatschappelijke prijsstelling. Zowel voor grondlocaties als gebouwen. Voor een gemeente of ontwikkelaar is dat niet altijd interessant, omdat andere invullingen meestal lucratiever zijn. Maar de vergoedingssystematiek binnen de zorg houdt nu eenmaal geen rekening met regionale verschillen. En een groot deel van de doelgroep heeft nu eenmaal ook beperkte(re) middelen.

    Mijn oproep is om dit vraagstuk breed, met een maatschappelijke betrokkenheid, op te pakken en binnen gemeentegrenzen altijd ruimte te laten voor een passend zorgaanbod. Daaronder valt ook nadrukkelijk het bieden van herstelzorg. Deze vorm van zorg geeft de oudere van nu en de toekomst een passende     oplossing tussen thuis en ziekenhuis.

  • Troost (5/7)

    ProfielfotoSimone Swartjes 07-07-2020 182 keer bekeken 0 reacties

    Op een van de eerste dagen van maart van dit jaar was het boekje ‘Werelden achter de zorg 2.0’ gereed. Alleen het voorwoord moest nog geschreven worden. Ook dat is nu gereed. Het is geschreven door René ten Bos, filosoof aan de Radboud Universiteit. In dit voorwoord geeft hij een eerste reflectie op de crisis en de raakvlakken die dat heeft met ons boek. Eén boodschap van het boekje heeft René ten Bos eruit gelicht: Het onbehagen dat mensen hebben met de ongelijke verdeling van gezondheid en de als ongelijk ervaren toegang tot goede zorg. 

    Aan het schrijven van dit voorwoord ging een mooi telefoongesprek met René vooraf. In dat gesprek kwamen wij nog over een ander, nog dieper, onbehagen te spreken. Het onbehagen dat we voelen omdat we door een gevaar bedreigd worden dat op willekeurige wijze slachtoffers maakt. We dachten misschien alles, of tenminste veel, onder controle te hebben. Maar de actualiteit is dat we binnen enkele weken hebben moeten leren leven met het idee, dat er misschien niet voor iedereen de beste zorg beschikbaar zal zijn.

    Veel mechanismen om met deze harde werkelijkheid om te gaan zijn al voorbij gekomen. Zo pleitte Marli Huijer voor nuchterheid en een portie stoïcisme: ‘Van leven ga je dood en niet alle risico’s kunnen worden uitgebannen, want dan houd je geen (samen)leven meer over.’ Daar zit ongetwijfeld veel waars in, maar het troost niet.

    En juist over die troost spraken René en ik met elkaar. Hij verwees naar de, voor velen minder bekende, Duitse filosoof Hans Blumenberg (1920 -1976). Deze filosoof die vanwege zijn vermoede joodse wortels ter nauwer nood de Tweede Wereldoorlog overleefde, heeft prachtige dingen geschreven over de troost: ‘Der Mensch ist ein trostbedürftiges Wesen’. Wat prozaïscher in het Nederlands betekent: De mens is een wezen dat behoefte heeft aan troost. Toch kenden ook wij het woord ‘durven’ in de betekenis van ‘nodig hebben’: het komt nog terug in het woord ‘nooddruft’, dat in de Middeleeuwen als ‘nooddurft’ geschreven werd.

    Waar komt die behoefte aan troost vandaan? Wel, zegt Hans Blumenberg, uit het besef van de mens dat de werkelijkheid onverschillig is. Het maakt de natuur of moeder aarde niet uit of we er zijn of er niet zijn. En daarmee zijn wij ‘nooddruftige’ mensen. Mensen die aan het meest elementaire gebrek hebben: het besef gewenst te zijn. En in tijden van grote crises komt dit gevoel hard aan. Dan hebben wij behoefte aan een arm om ons heen, aan warmte. We willen even verlost zijn van, of op zijn minst beschermd zijn tegen die werkelijkheid, die ons zo verontrust. We willen kortstondig vergeten, afgeleid worden, op andere gedachten gebracht…

    Dat dringt zich te meer op, als we de onthutsende beelden uit Bergamo of Madrid zien. De behoefte aan troost van deze mensen beneemt ons de adem. Wie troost hen? Familieleden mogen niet op bezoek om hun hand vast te houden. Hulpverleners willen wel, maar hebben niet de tijd en voelen zich schuldig. En plaatsvervangend voelen wij ons schuldig en hebben behoefte aan troost.

    Maar waar vinden we troost, als fysieke nabijheid maar beperkt voorhanden is? Klassieke oorden zijn er nog steeds: boeken en muziek. Daarnaast zijn er nieuwe: films en series, die we online kunnen kijken. Dan is er nog de relatief jonge digitale communicatietechnologie. Daar zitten kansen, al hebben we nog veel te leren. Want vaak lijken deze nieuwe technologieën ons te verleiden om ‘super efficiënt’ te communiceren en snel ter zake te komen. Small talk wordt bij voorkeur overgeslagen. We moeten weer leren dat communiceren ook betekent: het bieden van welkome afleiding, het geven van verlichting en het overnemen van lasten. In de fysieke communicatie gaat ons dat haast als vanzelf af: we reageren vaak onbewust op de emoties van anderen, zeker als er verdriet is. In de digitale communicatie voelt het soms toch nog gekunsteld en worden wij verleid om meer dan zakelijk te communiceren, ons tot onze taak te beperken.

    Dan heeft de kunst het vaak gemakkelijker. Terwijl ik deze alinea’s schrijf klinkt de laatste koraal van de Mattheus Passion op de radio. ‘Wir setzen uns mit Tränen nieder…’ Alle emoties uit het lijdensverhaal komen hier samen. De troostbehoeftigen geven aan het einde van het lijdensverhaal blijk van hun verdriet. Maar ze zijn ook in staat om de hoorder te troosten als ze zingen ‘Ruhe sanfte, sanfte Ruh.’

    Verdriet en troost, ze komen direct binnen. Maar Bach zou Johan Sebastian Bach niet zijn, als hij niet door een schurend dissonant slotakkoord voorkomt dat het te gemakkelijk wordt. Een schurend slotakkoord, in majeur, dat dan weer wel.

    Geschreven door Hans Westerveld. 

    Blogreeks ‘Werelden achter de Zorg’

    In een blogreeks geven we u alvast een kijkje in de nieuwe uitgave van het boekje ‘Werelden achter de Zorg’. We gaan o.a. in op vragen als ‘Wat heeft de huidige situatie nodig?’, ‘Waarom moeten zorgbestuurders tegenwoordig ONAF opereren?’ en ‘Welke vormen kan de zorgverlening anno nu aannemen?‘ .

     

  • Werelden achter de Zorg 2.0 doorbreekt bestaande, giftige denkkaders (4/7)

    ProfielfotoSimone Swartjes 01-07-2020 188 keer bekeken 0 reacties

    Op IJsland is Hákarl een nationale delicatesse. Dat de meeste toeristen zo’n stukje Groenlandse haai doorgaans afslaan - dankzij maandenlange fermentatie is het vlees van de haai niet langer giftig - doet voor ons verhaal niet ter zake. Het punt is dat er tijd nodig was om van iets giftigs iets eetbaars te maken. Het totstandkomingsproces van het boek ‘Werelden achter de zorg 2.0’ heeft maar liefst twee jaar in beslag genomen. Waren de inzichten die ontstonden dermate giftig dat we twee jaar nodig hadden om deze te laten fermenteren?

    Zonder meer waren we verrast toen we, ergens aan het begin van het proces, tot een aantal inzichten kwamen die niet zo lekker pasten in onze bestaande denkkaders, maar die we evenmin terzijde konden schuiven. Vandaar dat we gewoon ook echt tijd nodig hadden om:

    • De impact ervan tot ons door te laten dringen.
    • Samenhang te krijgen in de veelheid aan inzichten en gedachten.
    • Op zoek te gaan naar manieren om deze inzichten hanteerbaar te maken.

    Weerbarstige werkelijkheid
    Wat waren dan die nieuwe inzichten? Allereerst dat onze wereld, en eens temeer die van de zorg, onder spanning staat van twee krachten. Enerzijds het verlangen naar een betekenisvol leven. Anderzijds het onbehagen over de ervaren ongelijkheid. Een volgend inzicht was dat mensen die zich herkennen in de pool van het verlangen een andere groep vormen dan degenen die zich herkennen in het onbehagen. Men hoort tot sociaal-maatschappelijke lagen, woont in andere geografische gebieden en verschilt qua inkomen.

    We ontdekten een weerbarstige werkelijkheid die zich niet laat vangen in vooraf bedachte plannen en concepten. Wat in de ene plaats en in het ene zorgsegment werkt, voldoet mogelijk niet in een andere plaats of in een ander segment. Woon- en leefsituaties van zorgvragers wijken zodanig van elkaar af, dat voor initiatieven steeds meer maatwerk nodig is. Wat betekent deze versnippering van de sociale werkelijkheid? Vaak dat het sociale netwerk niet in staat is om de gewenste steun te bieden. Het zal voor zorginstellingen steeds belangrijker worden om in te zetten op het creëren van sociale samenhang in wijken en buurten.

    Sprints
    Het werk aan het boek deden we in de vorm van korte sprints, die steeds moesten uitmonden in concrete resultaten. Dat was vooral ingegeven door de aard van ons beroep: we konden gewoon relatief weinig tijd vinden om samen na te denken. Meestal was dat een hele dag die begon met het maken van een werkplan voor die dag, debatteren over de teksten en het vaststellen van de resultaten.

    Elke keer zorgden we ervoor een haalbaar (‘sprintbaar’) doel voor ogen te hebben: ‘we herschrijven vandaag hoofdstuk 5’, of ‘we assembleren de stukken die we nu hebben’, etc. Dat we daarmee ook agile werkten, bedachten we pas achteraf.

    Maar dat juist de periodes tussen de intensieve debatten, met ruimte om nog eens rustig na te denken over de bevindingen en deze, misschien wel onbewust, te verwerken, essentieel zouden zijn, hadden we van tevoren niet kunnen bedenken. Zo konden de ideeën rustig rijpen. Zoals die Groenlandse haai, dus.

    Geschreven door: Margreeth Hidding 

    Blogreeks ‘Werelden achter de Zorg’

    In een blogreeks geven we u alvast een kijkje in de nieuwe uitgave van het boekje ‘Werelden achter de Zorg’. We gaan o.a. in op vragen als ‘Wat heeft de huidige situatie nodig?’, ‘Waarom moeten zorgbestuurders tegenwoordig ONAF opereren?’ en ‘Welke vormen kan de zorgverlening anno nu aannemen?‘ .Z

Stichting Zorgvastgoed.nl  Postjesweg 175  1062 JN Amsterdam  T 020-2101450  E info@zorgvastgoed.nl

Privacy statement

Cookie-instellingen